Burgtheater

Het Burgtheater, vaak gewoon 'Burg' genoemd, werd oorspronkelijk opgericht in 1741 als een van de belangrijkste theatergroepen van Europa. Sinds het einde van de 19e eeuw is het gehuisvest in een magnifiek gebouw aan de Ringstrasse, recht tegenover het stadhuis.

Geschiedenis

Burgtheater, Wenen
Burgtheater
Het Hofburgtheater werd in 1741 gesticht door keizerin Maria Theresia en was gehuisvest in het 'Ballhaus' in het keizerlijke paleis. In 1751 verhuisde het theatergezelschap naar een nieuw gebouw aan Michaelerplatz onder de naam Königliches Theater nächst der Burg (Koninklijk theater aan het Paleis).
In 1888 werd het theatergebouw afgebroken en vervangen door het huidige gebouw aan de Ringstrasse, oorspronkelijk gekend onder de naam Königlich Kaiserliches Hofburgtheater. Op de gevel is nog steeds de naam 'K.K. Hofburgtheater' te zien, maar sinds 1919 heet het theater eenvoudigweg Burgtheater. In 1897, minder dan 10 jaar na de opening, moest het theater tijdelijk gesloten worden toen het duidelijk werd dat de akoestiek te slecht was en dat er vele plaatsen geen enkel zicht gaven op het podium.
Het gebouw werd zwaar beschadigd in 1945, toen een brand ontstond nadat een geallieerd luchtbombardement het centrale gedeelte van het theatergebouw had verwoest.
Voorgevel van het Burgtheater
Voorgevel
De restauratie ging van start in 1952 en in 1955 heropende het Burgtheater met de opvoering van 'König Ottokars Glück und End' van Franz Grillparzer.

De Bouw

Het Hofburgtheater werd gebouwd tussen 1874 en 1888 naar een ontwerp van Karl von Hasenauer en Gottfried Semper. Deze laatste, die het best gekend is vanwege zijn operagebouw in Dresden, was verantwoordelijk voor de buitenkant van het gebouw terwijl von Hasenauer het interieur voor zijn rekening nam. Semper had voordien al samengewerkt met von Hasenauer aan de museumgebouwen op het Maria-Theresia-Platz maar verliet in 1876 het project voor de bouw van het theater vanwege een conflict met von Hasenauer waarna deze zelf het hele project naar zich toe trok.

Architectuur

Standbeeld van Apollo op het Burgtheater in Wenen
Standbeeld van Apollo
Het theater werd ontworpen in een Italiaans hoog-renaissance stijl. De rijk versierde gevel wordt opgesmukt met talloze beelden. Het centrale beeld toont een gezeten Apollo met aan weerszijden de muzen Melpomene (de muze van de tragedie) en Thalia (de muze van de komedie). Onder deze figuren is een grote fries, ontworpen door Rudolf Weyr, die Bacchus en Ariadne uitbeeldt.
Corinthische pilasters en zuilen omlijsten de ramen die bekroond worden met borstbeelden van beroemde schrijvers zoals Molière, Shakespeare, Goethe en Schiller. De balustrade is versierd met beeldjes van putti; elkeen speelt een verschillend muziekinstrument.

Interieur

De halfronde centrale gevel wordt geflankeerd door twee rechte vleugels waarin zich de grote trappen bevinden die leiden naar de 60 meter lange foyer die rond de theaterzaal loopt.
Fresco's op het plafond boven de trappen beelden de geschiedenis van de dramatiek uit. Ze werden geschilderd door Franz Matsch en de broers Ernst en Gustav Klimt. Langs de trappen staan bustes van beroemde toneelschrijvers.
Het centrale gedeelte, dat de foyer en de grote toneelzaal bevat, werd - in tegenstelling tot de noordelijke en zuidelijke vleugels die min of meer heelhuids uit de oorlog kwamen - volledig heropgebouwd na de oorlog.

Het theatergebouw bezoeken

Het Burgtheater heeft een uitgebreid repertoire, van klassieke en hedendaagse stukken tot experimenteel theater, steeds in het Duits. Er zijn ook rondleidingen van het theater, deze vertrekken aan de noordelijke vleugel van het gebouw.
2941
wenen
burgtheater