Het kleurrijke Casa Batlló, een woning uit de 19e eeuw dat later in de modernistische stijl werd gerenoveerd, is een van de vele meesterwerken van Gaudí in Barcelona. Het interieur van de woning, dat voor het publiek toegankelijk is, is al even uitzonderlijk als de buitenkant van het gebouw.
Casa Batlló
Tussen 1898 en 1906 werden drie aanpalende huizen gebouwd aan de stijlvolle boulevard Passeig de Gracia. Ze werden ontworpen door drie van de meest belangrijke architecten uit de modernista stroming: Casa Amatller werd ontworpen door Puig i Cadafalch, Casa Lléo Morera werd ontworpen door Domènech i Montaner en Casa Batlló is het werk van Antoni Gaudí.
Twistappel
Alle drie de huizen werden ontworpen als verschillende interpretaties van de modernistische stijl waardoor het lijkt op een soort van competitie tussen de architecten. Vandaar dat men naar deze huizen verwees onder de term ‘Mançana de la Discordia’ of ‘twistappel’, een referentie naar de Griekse mythologie waarbij een appel, gegeven door de godin Eris aan de ‘schoonste’, leidde tot een dispuut tussen drie godinnen, wat uiteindelijk uitmondde in de Trojaanse Oorlog. Het woord mançana kan ook ‘blok’ betekenen waardoor men de uitdrukking ook kan vertalen als ‘huizenblok van de twist’.
Casa Batlló
Houten modernistische deur
Van de drie huizen is het Casa Batlló het meest expressieve. Het huis werd oorspronkelijk gebouwd tussen 1875 en 1877. In 1900 werd het opgekocht door de rijke industrieel Josep Batlló i Casanovas die de opdracht gaf aan Gaudí om het oude pand af te breken en te vervangen door een nieuw huis. Van 1904 tot 1906 werkte Gaudí aan de nieuwe gevel en dak. Hij voegde ook een extra verdieping toe en paste het interieur grondig aan.
De gevel
De gevel van het Casa Batlló is gemaakt uit zandsteen bedekt met kleurrijke trencadis (een soort Catalaanse mozaïek).
Typisch voor Gaudí worden rechte lijnen waar mogelijk vermeden. De eerste verdieping heeft onregelmatig gevormde ovalen ramen. Balkons op de lagere verdiepingen hebben balustrades in de vorm van beenderen en de balkons op de hogere verdiepingen lijken op stukken van doodskoppen. Deze eigenschappen gaven het huis de bijnaam ‘Huis van de Beenderen’. De grote ramen op de eerste verdieping gaven het nog een andere naam: ‘Huis van de geeuwen’.
Detail van het dak
Geschubd dak
Het kleurrijke geschubde dak lijkt op de huid van een reptiel. Volgens sommige kenners van Gaudí’s architectuur stelt het dak een draak voor. De kleine toren met een kruis zou het zwaard van Sint Joris voorstellen dat in de draak steekt. De beenderen en de doodskoppen aan de gevel stellen de slachtoffers van de draak voor.
Interieur
De zolder
Het interieur van het huis is al even fascinerend als de buitenkant. Nogmaals vermijdt Gaudí het gebruik van rechte lijnen wanneer het maar mogelijk is. Evenals in zijn volgende (en laatste) privé-opdracht, Casa Milá, hechtte hij groot belang aan details bij het ontwerpen van de houten deuren, de gebrandschilderde ramen, kleurrijke tegels en het uitgehouwen haardvuur.
Voor informatie over het bezoeken van dit unieke gebouw kan je terecht op de website van Casa Batlló.
Voor informatie over het bezoeken van dit unieke gebouw kan je terecht op de website van Casa Batlló.
- Volgend Artikel: Montjuïc
